Onderzoek beeldvorming
In 2010 heb ik onderzoek gedaan naar de relatie tussen gemeenten en hun Wsw-raden binnen de provincies Brabant en Limburg. Eén van de vragen uit het onderzoek ging over beeldvorming.
Uit het onderzoek bleek dat 83,3% van de Wsw-raden vindt dat er een groot verschil is tussen de theorie en praktijk binnen de Wsw (zie figuur 1). Zij menen dat de gemeenten geen goed beeld hebben over wat het betekent om te werken in de Wsw en daarmee het hebben van een beperking. Van de gemeenten vindt echter 88,9% dat er wél een goed beeld bestaat, bijvoorbeeld door het bezoeken van open dagen en gesprekken met mensen in de Wsw. Slechts 11,1% van de gemeenten geeft aan “nog wel op enige afstand te staan van de dagelijkse praktijk”. Maar een klein percentage van de gemeenten onderschrijft daarmee het standpunt van de Wsw-raden.
Wanneer beleidsmakers geen goed beeld hebben van mensen met een beperking, wordt beleid gemaakt dat uitgaat van verkeerde aannames. De taak van cliëntenraden is, onder andere, om aan gemeenten een zo goed mogelijk beeld te schetsen van de realiteit. Met de veranderingen die gaande zijn binnen de sociale wetgeving moeten overheid, gemeenten en cliëntenraden na denken over een missie, visie en strategie voor de toekomst. Met name de visieontwikkeling is essentieel. Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) stelt: “Gemeenten zullen, alleen of in GR verband, meer aan visieontwikkeling moeten doen. Hiertoe worden zij niet alleen gedwongen door de komende wijzigingen, ook de veranderende omgeving van de Wsw vraagt om een samenhangende visie op integraal arbeidsmarkt- en zorgbeleid”[1]. In dit onderzoek is nader onderzocht wat overheid, gemeenten, burgers en cliëntenraden willen op het gebied van sociaal beleid voor de mens met een beperking, wat de belangen van voorgenoemde groepen zijn en of deze op elkaar aan kunnen sluiten.