Definities van inclusie op een rij

In deze blogpost vindt u alle definities over inclusie*. Zoals u kunt zien ligt de focus vaak op specifieke, zogeheten ‘achtergestelde doelgroepen’, waarvan ‘mensen met een beperking’ het meest gebruikt is. Inclusie Nieuwe Stijl, ontwikkeld door Anita Hütten, staat voor om iedereen op te nemen in de definitie.

Wilt u weten waarom dat belangrijk is? Lees meer op deze site of neem contact met ons op via het contactformulier en maak een afspraak voor een lezing, training of sparringssessie.

*Bijgewerkt januari 2018

Definitie Inclusie Nieuwe Stijl

  • Anita M.Th. Hütten inclusieadviseur bij T’ik:
Anita Hütten

Inclusieadviseur Anita Hütten

“Inclusie betekent dat iedereen ongeacht zijn achtergrond of huidige situatie er als vanzelfsprekend bij hoort. De situatie die ontstaat wanneer iemand ervaart dat hij welkom is en contact kan maken met zijn omgeving.” (Hütten, 2012, p.19).

Inclusie Nieuwe Stijl gaat nadrukkelijk over insluiting van álle mensen, niet alleen mensen met een beperking of ‘achtergestelde groepen’.

Lees op deze site alles over Inclusie Nieuwe Stijl!

Of bekijk het Inclusiemodel ®.

 

Definities Inclusie (externe bronnen)

  • Marijke Steenbergen, bestuurder van MOVISIE:

“Een samenleving waarin mensen met een beperking op een natuurlijk en vanzelfsprekende wijze kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven, dus aan onderwijs, sport, arbeid en kunst. Het gaat om insluiten in plaats van buitensluiten en om integreren. Het heeft betrekking op alle mensen met een beperking.”  “ Als bestuurders, beleidsmakers en professionals niet vanuit deze verwelkomende en uitnodigende visie werken, blijft een inclusieve samenleving een mooie ambitie, maar een illusie”.

 

  • Van Dale geeft als definitie van inclusie:

“Insluiting, het tegenovergestelde van exclusie”.

 

  •  Wieringa schrijft het volgende:

“Bijna alle burgers van Nederland delen de overtuiging dat ieder mens zelf beslissingen moet kunnen nemen over het leven dat hij of zij leiden wil. Keuzes dienen gemaakt te worden op grond van eigen voorkeuren, overtuigingen en mogelijkheden. Dit recht op zelfbepaling ligt aan de basis van wat we kwaliteit van leven noemen. Bijna alle burgers onderschrijven de stelling “Niemand mag uitgesloten worden van deelname aan de maatschappij”. Uitgesloten worden is niet goed voor het individu (het doet werkelijk fysiek pijn) en uitsluiten is ook niet goed voor de samenleving, is zelfs in tegenspraak met dat begrip; want zij wordt daar zwakker en minder evenwichtig door. Dit recht op deelname noemen we inclusie.”

 

  • Perspectief zegt dat sprake is van inclusie als aan het volgende wordt voldaan:

“Mensen hebben waardevolle persoonlijke en sociale netwerken in de samenleving. Zij maken gebruik van voorzieningen die voor iedereen bedoeld zijn. Zij wonen in de samenleving met mensen waarmee ze zich verbonden voelen. Kinderen en jongeren volgen breed toegankelijk, regulier onderwijs, dat bijdraagt aan hun ontplooiing. Ieder schoolt zich op terreinen waar zijn interesses en ambities liggen. Mensen hebben gerespecteerde werkzaamheden of bezigheden in de samenleving en voelen zich gewaardeerde medewerkers. Zij nemen deel en dragen bij aan het sociale, culturele, religieuze en recreatieve leven in de samenleving (concerten, cafés, clubs, kerken, verenigingen, sportevenementen, etc.). Zij maken gebruik van welzijn- en gezondheidsvoorzieningen in de plaatselijke gemeenschap. Mensen hebben dezelfde rechten, kansen en verantwoordelijkheden als iedere burger, ook op het gebied van trouwen, kinderen krijgen, stemmen, sterilisatie, orgaandonatie, euthanasie, etc.”

 

  • De coalitie voor inclusie stelt dat:

“Inclusie de eenzijdige gerichtheid op de tekortkomingen van het individu naar een kritische analyse van de reguliere omgeving verplaatst, die door haar kenmerken onnodige barrières opwerpt voor mensen met een beperking, waardoor zij onvoldoende in staat worden gesteld hun mogelijkheden optimaal te ontwikkelen”. Daarnaast wordt naar de mening van de coalitie “in termen van het VN-Verdrag met betrekking tot wonen en leven in de samenleving aan de volgende grondbeginselen onvoldoende voldaan: persoonlijke autonomie, non-discriminatie, participatie en toegankelijkheid.”

 

  • Kennisplein Gehandicaptensector:

“Inclusie gaat over het meedoen en erbij horen van mensen met een beperking. Vaak hoor je ook de term inclusieve of gevarieerde samenleving. Een samenleving waar iedereen kan meedoen.”

 

  • Wikipedia (schrijver onbekend):

“Inclusie betekent de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. Inclusie staat tegenover validisme. De begrippen inclusie en integratie vullen elkaar aan in de hedendaagse maatschappij. Inclusie wordt gebruikt in het discours rond allochtonen, kansarmen en mensen met een handicap / functiebeperking. Het is een belangrijke topic in de gehandicaptensector, naast recht op arbeid, ondersteuning, non-discriminatie, redelijke aanpassing en positieve actie”

 

  • Rudi Kennes (Red.).:

In het boek ‘Inclusief beleid voor personen met een handicap’ (2001) verkent hij het begrip inclusie. Hij onderscheidt daarbij eerst opeenvolgende begrippen die de toon zetten in diverse tijdsperiodes in de ‘gehandicaptensector’:

Normalisatie –> Participatie –> Integratie –> Inclusie

Volgens Kennes zijn de begrippen integratie en inclusie van een andere orde en is het een illusie te denken dat integratie niet langer van deze tijd is. Hij stelt dat het verouderde begrip integratie nog altijd zou impliceren dat één bepaalde groep – lees: de personen met een handicapt – zich moeten aanpassen aan de normen en waarden van de ruimere samenleving.

Kennis beschrijft de zienswijze van professor Geert Van Hove die er vanuit gaat dat “inclusie betekent dat minderheidsgroepen zoals personen met een handicap automatisch en integraal deel uit maken van deze samenleving en er een evenwaardige plaats innemen, zij het dus als te onderscheiden deelgroep. In deze zienswijze is de emancipatiegedachte dus nooit veraf”.

Hij wijst daarnaast op het gedachtegoed van Steve Taylor die (verstandelijke) handicap definieert als “een sociale constructie en een cultureel artefact. Hij bedoelt daarmee [volgens Kennes] dat barrières in de samenleving zelf ervoor zorgen dat bepaalde mensen gehandicapt genoemd worden. Door die labeling ontzegt de samenleving deze mensen het recht om als volwaardig burger te participeren in alle deelgebieden van het maatschappelijk leven. Dit biedt dus een mensenrechtenperspectief op de definitie van handicap”.

Inclusie is niet van toepassing op het niveau van de individuele cliënt. het is een beleidsconcept en betreft een beleidsinterne strategie. Het mag niet verward worden met netwerkvorming.

Een inclusief gehandicaptenbeleid houdt in dat de zorg voor personen met een handicap niet ingesloten wordt in een apart beleidsdomein. Het gehandicaptenbeleid moet een aspect worden van alle beleidsdomeinen en mag dus niet langer een afgesloten beleidsdomein uitmaken. Het gehandicaptenbeleid moet dus als het ware ‘geïncludeerd’ worden in alle beleidsmaatregelen.

Kennes wijst op het belang van terminologische hygiëne:

  1. Inclusie is iets anders dan netwerkvorming
  2. Inclusief beleid is niet hetzelfde als afstemmingsbeleid
  3. Inclusief beleid is niet hetzelfde als gelijkekansenbeleid

Inclusie is per definitie ook van toepassing op andere doelgroepen maar hij leidt af dat de “maatschappijkritische waarde ervan enkel behouden blijft  als het gekoppeld wordt aan een doelgroepenbeleid. Zo niet dan riskeert het begrip uitgehold te worden en verliest het zijn dynamiserend vermogen”.

De nadruk is de voorbij decennia inderdaad verschoven van het individu naar de omgeving als oorzaak van of basisfactor in het bepalen van een handicap.

In elk geval moet een inclusieve benadering – indien vér doorgedacht en consequent uitgevoerd- ertoe leiden dat personen met een handicap merkelijk minder beperkingen ondervinden wanneer zij zich in het gewone maatschappelijke leven bewegen. Een inclusieve benadering moet ervoor zorgen dat het minder opvalt of men nu al dan niet gehandicapt is, en dat me – in de gedachtegang van Van Hove- minder focust op het ‘gehandicapt zijn’ van de persoon met een handicap dan nu.

 

  • Geert Van Hove

Inclusie is een proces dat start bij het waarderen van diversiteit binnen een gemeenschap; alle burgers hebben een bijdrage te leveren. Inclusie is een permanent proces waarbij de dimensie ‘handicap’steeds minder belangrijk wordt.

Inclusie is een fundamenteel recht dat alles te maken heeft met ‘belonging’ (het erbij horen) en met ‘connectedness’ (verbondenheid); het is dan ook een uitgesproken relationeel concept.

“Zijn orthopedagogische invulling van het concept inclusie houdt in dat personen met een handicap sociaal en emotioneel verbonden moeten zijn/raken met andere mensen. Eigenlijk zou er binnen de hulpverlening niet meer gedacht mogen worden in termen van ‘wij’ (de hulpverleners die niet gehandicapt zijn) en ‘zij’ (de personen met een handicap). De machtsrelatie tussen de hulpverlener en de zorgbehoevende, die eigen is aan het traditionele hulpverleningsmodel, wordt dan ook fundamenteel in vraag gesteld. Een inclusieve omgeving is dan “een plaats waar personen met en zonder handicap samen participeren als gelijkwaardige leden”.”

(Uit Kennes, R. (Red.). (2001). Inclusief beleid voor personen met een handicap: Voorbeelden uit de beleidspraktijk. Leuven/Leusden: Acco)

 

  • Martin Schuurman en Anna van der Zwan in het boek Inclusie, Zeggenschap, Support, komen tot de volgende definitie:

“Inclusie is een situatie, en ‘toestand’, waarin mensen met een beperking, net als andere mensen, deel uit maken van het leven dat wij met elkaar in onze samenleving leiden. Eigenlijk is er pas echt sprake van inclusie wanneer het geen onderwerp van gesprek of discussie meer is maar een vanzelfsprekend aspect van onze samenleving. Het is dus ook zeker niet een zelfstandig product, zoals het vaak wel wordt gezien. Het is eerder ‘een voertuig dat leidt tot kwaliteit van bestaan’. (Cooper ea., 1999)”

 

  • Janssens, D., Lambaerts, J., Wouters, W. & Devillé, A. (2017).

Inclusie betekent de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. Inclusie  wordt gebruikt in het discours rond allochtonen, kansarmen, en mensen met een functiebeperking. Het is een belangrijk topic in de hulpverlening, naast het recht op arbeid, empowerment en positieve actie. Inclusie staat voor gelijkwaardigheid en volwaardig burgerschap en wil een samenleving creëren zonder drempels en dit voor mensen met een functiebeperking, voor etnisch-culturele minderheden, voor kortgeschoolden, voor armen, enz. De verantwoordelijkheid tot ‘aanpassing’ligt niet bij een sociaal achtergesteld groep, zoals bij integratie. het is de maatschappij die zich aanpast en diversiteit  als een meerwaarde ziet. Hindernissen voor sociale participatie worden verwijderd, zodat iedereen naar eigen vermogen kan deelnemen aan het maatschappelijk leven.

Janssens, D., Lambaerts, J., Wouters, W. & Devillé, A. (2017). Filosoferen in sociaal werk: De kracht van het niet-weten in de agogische praktijk. Antwerpen/Apeldoorn: Garant

 

  • Movisie

Inclusie: visie op participatie die uitgaat van gelijke mogelijkheden en kansen voor elk individu, ongeacht beperkingen, leeftijd, gender, sociaal-culturele achtergrond, etniciteit, enz., met volledige acceptatie en waardering van de samenleving; ook het proces van inclusiever worden van een samenleving.

Bron: https://www.movisie.nl/kennisdossiers/all/begrippenlijst?page=4

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *